De geschiedenis van de Joodse Gemeente
Historie
Joodse Begraafplaats in Veenendaal
De Joodse Begraafplaats van Veenendaal. In 1899 aangelegd en in 1900 ingewijd, liggend aan de Parallelweg (naast de spoorlijn naar Rhenen). De eerste Joden vestigden zich medio zeventiende eeuw in Veenendaal. Vanaf 1750 was er formeel een Joodse gemeente en een synagoge en tegen het eind van de achttiende eeuw werd er een rabbijn aangesteld. In 1761 verkregen de Veenendaalse Joden het recht om hun doden op de Joodse begraafplaats van Wageningen te begraven. De Joodse gemeenschap groeide tot eind negentiende eeuw, daarna nam deze in omvang, mede ten gevolge van een groot aantal gemengde huwelijken, snel af. In 1852 werd er een synagoge gebouwd aan het Verlaat, die tot in de Tweede Wereldoorlog in gebruik is gebleven. De Joodse begraafplaats aan de Parallelweg van Veenendaal werd pas in 1900 ingewijd.
Naast een kerkbestuur van drie leden kende de gemeente in het begin van de twintigste eeuw slechts één genootschap: een vrouwengenootschap, dat in 1901 werd opgericht.
Op economisch gebied leverde de Veenendaalse Stoom Weverij van de Joodse familie Bottenheim een belangrijke bijdrage aan de ontwikkeling van de plaats. Ook op gebied van het openbaar bestuur waren er enkele Joodse inwoners van Veenendaal actief (de heren Van Essen en Hekster, beider graven zijn te vinden op de begraafplaats aan de Parallelweg)
Tijdens de bezetting ondergingen de Joden van Veenendaal hetzelfde lot als elders in het land. Een aantal van hen wist onder te duiken, de overigen werden gedeporteerd en vermoord. In de synagoge werden vernielingen aangericht door de Duitse bezetter, waarna de meeste rituele voorwerpen, net als een deel der Torarollen, geroofd werden. Drie Torah rollen waren op tijd naar Amsterdam overgebracht en zijn later teruggevonden. In de omgeving van Veenendaal hebben ongeveer honderd Joden, voornamelijk afkomstig uit Amsterdam, ondergedoken gezeten.
De Joodse gemeente werd in 1951 opgeheven en bij die van de Nederlands-Israëlietische Gemeente Utrecht gevoegd. De synagoge aan het Verlaat is na de oorlog verkocht en in 1967 afgebroken. De Joodse begraafplaats is nog steeds eigendom van de NIG Utrecht, die de begraafplaats beheert.
De omheining en hoge bomen worden door de burgerlijke gemeente onderhouden en het dagelijks groenonderhoud op het terrein zelf wordt sinds 1987 gedaan door een groep plaatselijke vrijwilligers.
In 2021 is het zogeheten baarhuisje – in het Hebreeuws het ‘metaheerhuis’ geheel gerestaureerd. Het geld voor deze restauratie was, behalve van de NIG Utrecht en de Gemeente Veenendaal, afkomstig van een aantal fondsen – o.a. Rabobank en het K.F. Heinfonds. Ook een groep Veenendaalse ondernemers en vele stadsinwoners hebben een bijdrage geleverd.
Van het Joodse leven in Veenendaal is anno 2024 nagenoeg niets meer zichtbaar. In 1988 is bij de Keermuur nabij de Duivenwal en plaquette geplaatst. De Joodse begraafplaats aan de Parallelweg is de enige locatie die nog iets verteld van het ooit bloeiende Joodse leven in de stad. Mede hierom stelt de NIG Utrecht de locatie met regelmaat open voor groepen scholieren en algemeen geïnteresseerden. Deze open dagen en rondleidingen komen tot stand dankzij de inzet van dezelfde groep vrijwilligers die ook het groenonderhoud op de begraafplaats doet.
Geschiedenisfoto's









